X
HOME
ORGANISATIE
DIENSTEN
ACTUEEL
DOWNLOADS
CONTACT

SALARISADMINISTRATIE
FINANCIËLE ADMINISTRATIE
    Privacy statement
Leveringsvoorwaarden
Disclaimer

Meer subsidie voor duurzame bouwmachines en vrachtwagens

Er is in 2023 € 60 miljoen subsidie beschikbaar voor bouwbedrijven om over te stappen op duurzame bouwmachines, zoals elektrische hijskranen, betonmixers op waterstof en graafmachines op batterijen.


Dergelijk bouwmaterieel stoot geen uitlaatgassen uit, en dus ook geen stikstof. Ook voor ondernemers die een vrachtwagen zonder uitlaatgassen willen rijden, komen meer subsidiemogelijkheden.
De uitspraak van de Raad van State over Porthos heeft de noodzaak om duurzamer te bouwen extra onderstreept. De sector wil, en het kabinet ook. Daarom kunnen bouwers subsidie krijgen bij de aanschaf van een schone bouwmachine of voor de ombouw van een vervuilende bouwmachine naar een schone. Ook voor het plaatsen van katalysatoren, waarmee veel vuile stoffen opgevangen worden zodat ze niet in de lucht terechtkomen, zijn subsidiemogelijkheden.
De subsidie is nodig omdat bouwmaterieel op waterstof of batterijen vaak veel duurder is dan materieel dat op diesel draait. Bouwers kunnen met de subsidie tot maximaal 40% van het prijsverschil met diesel vergoed krijgen. Voor kleinere ondernemers ligt dat percentage hoger dan voor grotere ondernemers, om zo ook het MKB te helpen bij de overstap. Voor de bouw heeft stikstofvrij materieel de toekomst om te kunnen blijven bouwen. Immer, als men geen stikstofruimte gebruikt, hoeft men die ook niet te zoeken. In reactie op de Porthos-uitspraak heeft het kabinet besloten 400 miljoen extra uit te trekken voor schoon en emissieloos bouwen.
Ook bij de aanschaf van een uitstootvrije vrachtwagen kunnen ondernemers een steuntje in de rug krijgen. In 2023 is daar in totaal € 30 miljoen voor beschikbaar.

Bron: Min. I&W 02-12-2022

Alleen dga-loon netto-inkomen volgens huwelijkse voorwaarden

Komen huwelijkspartners huwelijkse voorwaarden overeen met een periodiek verrekenbeding? Dan is het belangrijk het begrip inkomen goed te definiëren. Rechtbank Den Haag heeft bepaald dat tot het te verrekenen inkomen van de man alleen de daadwerkelijk van de bv genoten arbeidsinkomsten behoren.


In 2003 zijn een man en vrouw gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van elke huwelijksgoederengemeenschap. In de huwelijkse voorwaarden is een bepaling opgenomen over de verdeling van de kosten van de huishouding. Deze kosten komen naar evenredigheid ten laste van de netto-inkomens van de man en de vrouw. Verder staat in de huwelijkse voorwaarden wat onder netto-inkomen wordt verstaan, te weten de winst uit onderneming in de zin van de Wet IB 2001 en loon in de zin van de Wet LB. Winst uit onderneming is kortgezegd ook de winst van een bv. De winst is dan minimaal het gebruikelijke loon zoals art. 12a Wet LB bepaalt. Kan op grond hiervan geen netto-inkomen worden bepaald en heeft een van de echtelieden dividend uit de bv genoten, dan behoren die ook tot de netto-inkomens. Tijdens het huwelijk oefenen de man en de vrouw hun ondernemingsactiviteiten uit in hun bv’s. Op 25 februari 2021 heeft de man de rechtbank verzocht de echtscheiding uit te spreken. In geschil bij Rechtbank Den Haag is onder meer de uitleg van het periodieke verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden. De vrouw wil in de verrekening ook het in de bv’s opgebouwde vermogen, althans de waarden van de aandelen van de ondernemingen, betrekken.
De rechtbank overweegt dat de definitie van netto-inkomen in de huwelijkse voorwaarden moet worden uitgelegd met behulp van de Haviltex-maatstaf. Grammaticaal gezien hebben partijen nadrukkelijk aangegeven dat te verrekenen netto-inkomen uit een bv beperkt blijft tot het daadwerkelijk genoten bedrag. Is er geen netto-inkomen genoten dan geldt als netto-inkomen het genoten dividend uit de bv.
De vrouw stelt dat de inkomsten van partijen gezamenlijk zijn. De rechtbank oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de bedoeling van partijen een volledige gemeenschap van inkomen is geweest. Volgens de rechtbank hebben de man en de vrouw nadrukkelijk uitzonderingen op het inkomensbegrip opgenomen. Zo behoren niet tot het inkomen stakingswinst bij staking van een IB-onderneming of vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen. Partijen lijken hiermee bewust de in de bv’s opgepotte winsten te hebben willen uitsluiten van het begrip netto-inkomen. Het begrip netto-inkomen in de huwelijkse voorwaarden hebben daarom volgens de rechtbank de betekenis die de man daaraan toekent, namelijk dat de partijen de bedoeling hebben gehad en ook redelijkerwijze moesten begrijpen dat de niet-uitgekeerde winsten van de bv’s niet voor verrekening in aanmerking komen.

Bron: Rb. Den Haag 15-11-2022 (gepubl. 02-12-2022)

BOR voor verhuur van eerder zelf geëxploiteerde onderneming

Volgens de Hoge Raad heeft Hof Den Bosch terecht tot uitgangspunt genomen dat de BOR voor het voortzettingsvereiste bij lichamen het stakings- en vervreemdingsbegrip uit de Wet IB 2001 volgt. Alleen als de specifieke aard van de BOR daarom vraagt is hierop een uitzondering mogelijk. Die uitzondering doet zich hier niet voor.


Op 24 december 2014 heeft vader alle aandelen in een houdstermaatschappij geschonken aan zijn zoon. Daarbij is de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) toegepast. De houdstermaatschappij exploiteerde toen via haar dochtermaatschappij een benzineservicestation. Per 1 november 2015 is het benzineservicestation langdurig verhuurd aan een derde. De inspecteur heeft vanwege deze verhuur de aanvankelijk toegepaste BOR teruggenomen. Volgens Hof Den Bosch is dat niet terecht. Het hof meent dat wel aan het voorzettingsvereiste is voldaan.
De staatssecretaris heeft cassatieberoep aangetekend. Volgens de Hoge Raad heeft het hof terecht tot uitgangspunt genomen dat de BOR voor het voortzettingsvereiste bij lichamen het stakings- en vervreemdingsbegrip uit de Wet IB 2001 volgt. Op dit uitgangspunt is mogelijk een uitzondering als de specifieke aard van de BOR daarom vraagt. De Hoge Raad noemt als uitzonderingen de doorschuifregeling en inbreng van een onderneming in een samenwerkingsverband, waarbij de winstgerechtigdheid wijzigt en waarbij een voorbehoud van stille reserves is gemaakt. De specifieke aard van de BOR vraagt echter niet om een dergelijke uitzondering om de enkele reden dat de exploitatie van de onderneming door een vennootschap wordt gewijzigd doordat zij overgaat tot verhuur van de voorheen zelf geëxploiteerde onderneming. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de staatssecretaris daarom ongegrond.

Bron: Hoge Raad 02-12-2022

STAP-regeling strenger en strakker

De STAP-regeling is erg populair. Om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan neemt minister Van Gennip wel enkele maatregelen.


Sinds maart 2022 kunnen mensen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt zich inschrijven voor een STAP-budget. Via STAP kunnen zij jaarlijks gebruik maken van € 1.000 voor arbeidsmarktgerichte scholing. Inmiddels kregen ruim 200.000 mensen een budget toegekend.

Controle strenger De afgelopen maanden bleek dat niet-arbeidsmarktgerichte opleidingen toch in het scholingsregister STAP kwamen. Daarnaast zijn er opleiders die zich met hun werkwijze en aanbod, niet aan de subsidievoorwaarden houden. Daarom gaan de keurmerken die opleiders toelaten (NRTO en CEDEO) straks strenger controleren of opleidingen van deze opleiders wel voldoen aan de eisen van STAP. In overleg met betrokken keurmerken, die hun verantwoordelijkheid hierin nemen, wordt hier nadere invulling aan gegeven.
Uit de eerste resultaten blijkt ook dat een beperkt aantal opleidingen relatief vaak gekozen wordt. Het gaat daarbij veelal om opleidingen die (grotendeels) online zijn. Voor opleiders is het aantrekkelijk om hier reclame voor te maken en cursisten te werven, omdat de extra kosten per deelnemer beperkt zijn. Om te voorkomen dat STAP als ongepast verdienmodel wordt gebruikt, wordt het aantal toekenningen per opleiding vanaf 2023 gelimiteerd.

Aanpassing aanvraagproces Daarnaast werkt het kabinet aan een aanpassing van het proces voor het aanvragen van STAP-budget. Het is de bedoeling dat mensen straks altijd, en op een moment dat het hen schikt, een aanvraag kunnen doen. Dit moet het oriëntatieproces vergemakkelijken en de frustratie van lange wachtrijen wegnemen.

Uitbreiding scholingsaanbod Minister Van Gennip wil het scholingsaanbod van STAP uitbreiden en gerichter inzetten voor maatschappelijk cruciale beroepen. Zo wordt er gekeken naar mogelijkheden om meer verschillende type opleiders – waaronder kleine opleiders – toegang te bieden tot het scholingsregister STAP en om (vanaf komende zomer) meerjarige opleidingen via STAP mogelijk te maken. Daarnaast wil het kabinet dat STAP gerichter kan worden ingezet voor scholing naar maatschappelijk cruciale sectoren.

Bron: Min. SZW 28-11-2022

Verplicht gebruik eHerkenning voor loonheffingen mag

De Hoge Raad oordeelt dat de overheid in beginsel werkgevers mag verplichten om eHerkenning te gebruiken voor het doen van de aangifte loonheffingen.